Hopeloos

Mediation is soms letterlijk een allerlaatste poging om de gang naar de rechter te voorkomen. Terwijl partijen al bijgestaan worden door advocaten, wil men toch nog één keer proberen om er toch samen uit te komen. Met weinig vertrouwen komt men dan aan tafel. Vaak tot de tanden toe ingegraven in het eigen gelijk na maanden- of zelfs jarenlange strijd. En op het oog een gelopen race: die staan straks toch voor de rechter.

Laatst sprak ik over dergelijke situaties met mijn jongere broer. Zelf beroepsmilitair dus op zijn eigen manier expert in conflicten. Samen hebben we regelmatig discussie over ethiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid als opdracht in het werk dat je gekozen hebt. Nu stelde hij mij een confronterende vraag: “is het fair om een vastgelopen zaak te starten als je weet dat de kans dat partijen er nog goed uit gaan komen klein is?”

Mijn antwoord op die vraag was: “ja”. Als beide partijen vrijwillig(!) bereid zijn om samen om tafel te gaan, zelfs na lange tijd strijd, dan hebben ze een belang om de gang naar de rechter te voorkomen. Geloof in een goede oplossing kan klein zijn, en toch was er genoeg hoop om in te stemmen met een mediationtraject. Overigens polsen we zowel in de contacten vooraf als aan tafel die vrijwilligheid uitvoerig. Want bij mediation staat de autonomie van de partijen centraal. Het is hun conflict en zij weten als beste wat een haalbare oplossing is waar ze beiden mee uit de voeten kunnen.

En komt het dan goed? Nee, soms niet. Althans, dat hangt af van je definitie van goed komen. Want aan tafel bij een mediator levert niet altijd een getekende set afspraken op. Dat betekent niet dat de zaak niets heeft opgeleverd. Dat horen wij ook terug van klanten na afloop van zo’n zaak die vroegtijdig ten einde komt.

Soms is het nodig om te ervaren dat je alles hebt geprobeerd om er uit te komen met je vml. zakenpartner of medewerker. Het lukt echt niet om er samen uit te komen. Pas dan kun je naar eer en geweten een juridische vervolgstap zetten. Naar de rechter. In de wetenschap: er is geen andere weg meer.

Speuren voor gevorderden

Als je mij als negenjarige had gevraagd wat ik wilde worden, had je geen moeder, balletdanseres of dolfijnentrainer als antwoord gekregen. Ook niet piloot, brandweervrouw of treinmachinist trouwens. Nee, ik wilde detective worden. Of dat kwam door Enid Blythons’ de vijf of door Miss Marple, geen idee. Maar detective zou ik worden.

Detective ben ik niet geworden. Maar na een studie rechten, jaren werken als trainer en communicatie expert en vervolgens de specialisatie mediator ben ik 25 jaar later toch redelijk dicht bij mijn oorspronkelijke droombaan uitgekomen. Want bij mediation ben je ook aan het speuren. Zoeken naar de juiste manier om de mensen aan tafel te begeleiden. Wat is er misgegaan? Waar is de sleutel richting een oplossing? Wie is er nodig om dit conflict tot een goed einde te brengen?

Mediation is geen kunstje. Als mediator heb je geen arsenaal standaard goocheltrucs in je hoge hoed zitten om het publiek te pleasen. Sterker nog: er is geen publiek.

Het is als mediator jouw verantwoordelijkheid om het gesprek aan tafel op gang te brengen en door vragen te stellen de contouren van het conflict te verhelderen. En iedere ruzie, en elk gesprek tussen mensen heeft zijn eigen dynamiek. En vraagt om zijn eigen interventie. Dat maakt het, net als bij het detective werk, nooit saai.

Misschien wel het belangrijkste is weten wanneer je je mond moet houden. Partijen aan tafel de ruimte geven hun stellige standpunten te onderzoeken. Tijd bieden om woorden te geven aan dat wat hen raakt. En zo hopelijk een bijdrage leveren aan een nieuwe werkelijkheid. Afscheid nemen of samen verder. De uitkomst van die speurtocht ontvouwt zich gaandeweg. Een bijdrage kunnen leveren aan dat proces maakt maakt het mediatorschap tot mijn droombaan.