Radicaal

Als betrokken mens/professional worstel ik met het thema radicalisering. Zowel politiek radicaal gedrag als religieus gemotiveerd geweld. Op sommige dagen ontloop ik de actualiteit liever en ontwijk het acht uur journaal. In onze praktijk en daarnaast als vrijwillige buurtbemiddelaar ben ik immers al dagelijks bezig met het ontwarren van conflict. En toch….

Afgelopen vrijdag – nog voor de schietpartij in Orlando die nu het nieuws domineert – besloot ik samen met een vriendin – docent maatschappijleer – last minute toch naar een jongerendebat over radicalisering te gaan. We hadden beiden een drukke werkweek achter de rug, maar het debat was bij ons om de hoek in Amsterdam-Noord, nota bene in een circustent, dus vooruit.

Het debat begon gelijk pittig. Een van de leden van het jongerenpanel stapte op tijdens de vrij provocerende rap van een andere jongere, later bleek omdat hij de teksten niet kon rijmen met de ramadan en zijn geloofsbeleving.

Het vertrek van deze jongen triggerde een gesprek over uitsluiting, en jezelf uitsluiten. Onderzoek heeft uitgewezen dat het grootste gevaar bij radicalisering toenemend isolement is. Of het nu gaat om jongeren met extreem rechtse, extreem linkse of zeer religieus gedachtegoed. Zodra de verbinding met meer gematigde en tegengestelde meningen verdwijnt, worden jongeren steeds vatbaarder voor steeds extremer gedachtegoed en gedrag.[1] Maar aan de andere kant, moet je om te voorkomen dat iemand zich gekwetst wordt en wegloopt, dan provocerende kunstuitingen censureren en/of de vrijheid van meningsuiting in perken? Geen eenvoudige materie.”

De deelnemers aan het debat, ook professionals, gaven aan dat er een flinke relatie is tussen huiselijk geweld en vatbaarheid voor rekrutering/radicalisering. Een tweetal sprekers vertelden daarop indringende verhalen over huiselijk geweld in hun jeugd én jonge familieleden die vertrokken waren als jihadi naar Syrië en Irak en inmiddels gesneuveld waren. Heftig om van zo dichtbij te horen. Toch wat anders dan via Nieuwsuur.

Na afloop van het debat praatten we samen nog wat na. Het was een avond die niet in de koude kleren ging zitten. Want wat kunnen wij doen? Als professional? Als moeder van kinderen op een school hier in de buurt? Wat doe je als buurvrouw als je ziet (of hoort) dat er ‘hardhandig’ wordt opgevoed in je omgeving?

Wij zijn er nog niet uit. Mijn vriendin en ik blijven in elk geval als docent en gastdocent in gesprek gaan met jongeren over discriminatie en uitsluiting en zetten ons naast ons reguliere werk in voor meer verbinding tussen verschillende bevolkingsgroepen. In de hoop dat het minder makkelijk wordt, zowel voor onszelf als ‘de ander’ om alleen in ons eigen gelijkgestemde groepje te socializen. Wij willen onze ogen niet sluiten voor de kwetsbare positie van jongeren en het risico op radicalisering, onder onze eigen neus, in onze eigen buurt.

Moet toch kunnen?

Afgelopen maandag lanceerde minister Lodewijk Asscher op een congres met OR leden en HR professionals een nieuwe campagne: Moet toch kunnen? Wij waren erbij.

De ervaringsverhalen én statistieken die daar gepresenteerd werden vond ik behoorlijk heftig. Ruim 1,2 miljoen mensen is slachtoffer van pesten, discriminatie of (seksuele) intimidatie op het werk. Dat is één op de zes! De schade (vooral stressgerelateerd verzuim en burn-out verschijnselen) wordt geschat op 1.7 miljard per jaar.

Asscher riep mensen op om met elkaar in gesprek te gaan, en werkgevers om zich actief bezig te houden met het creëren van een sociaal veilige werkvloer. Niet alleen omdat je daarmee een ‘aardige’ baas bent, nee, ook bij wet (art 3, Arbo wet) heeft een werkgever plichten om actief discriminatie, pesten en intimidatie te voorkomen en bestrijden.

Maar wat doen we zelf als er grapjes worden gemaakt die niet iedereen als humor kan waarderen? Hoe ga je met elkaar in gesprek over gewenst en dus ook ongewenst gedrag op de werkvloer? En wat is collegialiteit? Kom je voor die oudere, vrouwelijke, homoseksuele of collega wiens afkomst anders is dan de jouwe op als je voelt dat opmerkingen wellicht kwetsend zijn? Of ben je dan zelf de sjaak? Heeft de collega die klaagt lange tenen, of moet de grappenmaker sensitiever worden?

Het zijn geen makkelijke onderwerpen, en de excessen van roddel en pesten zien we ook bij ons op kantoor soms langskomen, in mediation. In dit soort gevallen is begrip en erkenning vanuit de werkgever vaak heel belangrijk voor het herstel van de betrokken medewerker. Maar het komt ook voor dat het beeld van de uitsluiting of de kwade intenties van de collega wordt bijgesteld. In gesprek ontstaat in ieder geval vaak weer verbinding.

Het is niet aan mij – en sowieso ingewikkeld – om te definiëren wanneer iets plagen is, en wanneer pesten. Wat is een slecht grapje, en wanneer spreek je van seksuele intimidatie? Duidelijke uitzonderingen daargelaten – maar die zijn dan ook onderwerp voor een strafrechtelijk onderzoek of ontslag op staande voet – is er veel grijs gebied. En ach, dat is bij ons normaal en ‘moet toch kunnen’ is vaak geen afdoende respons als mensen zo gekwetst raken dat ze zich ziek melden. Wat overduidelijk is, is dat de beleving van uitgesloten zijn, gepest worden, discriminatie en intimidatie, schadelijke gevolgen heeft. Persoonlijk én economisch.

Wat kan wel, en wat niet kan per bedrijf, sector en per medewerker anders voelen. Dat we met elkaar in gesprek moeten blijven, en ook de werkgever zich moet inzetten voor een sociaal veilige werkvloer is evident. Ik hoop dat deze campagne helpt om zowel pesters als gepesten in actie te laten komen.

Meer weten over de campagne en de cijfers, neem een kijkje op de campagnesite over duurzame inzetbaarheid en kijk dit filmpje

Goede tips en handvatten vind je ook in de wegwijzer ongewenst gedrag van TNO

Hulp nodig om met je team in gesprek te gaan over het voorkomen van conflicten en samen te werken aan een gezonde werksfeer? Neem vrijblijvend contact met ons op!