Mediation in de praktijk – Het vastgelopen proces

Roderic van Voorst tot Voorst is zakelijk- en familiemediator binnen ons kantoor. In deze blogserie neemt hij ons mee in de kernwaarden van mediation en dilemma’s, en hoe hij daar in de praktijk mee omgaat. Vandaag: Wat doe je als mediator als partijen hun conflict in stand houden, maar de mediation niet willen beëindigen?

Na 12 jaar huwelijk was het ècht over en uit, ondanks een poging tot relatietherapie een paar jaar geleden. De kinderen van 10 en 8 woonden in het gezamenlijke huurhuis en de ouders vlogen in en uit (bird-nesting) en woonden zelf ieder tijdelijk bij hun ouders in.

Het bird-nesten werkte niet goed. De reistijden waren (te) lang, ze moesten (te) vroeg op om de kinderen op te halen en naar school te brengen; kortom, het schema voor de zorg paste niet in hun eigen werktijden, maar een ander huis was er niet zo snel. De vrouw had een punt achter de relatie gezet en de man was, zo leek in de eerste bijeenkomst, woedend. Desgevraagd werd dit door hem bestempeld als “niet boos, maar gefrustreerd”: alles wat de vrouw wilde werd gedaan, hij had niets, maar dan ook niets in te brengen, hij was niet meer dan een hond. In lange tirades, die niet te onderbreken vielen, uitte de man zijn gram. Hij zat hier voor de kinderen, niet voor zichzelf. De vrouw zat er als een stil vogeltje bij.

In de mediation

Het opstellen van een ouderschapsplan en het regelen van financiën waren de hoofdthema’s die zij wilden oplossen. De man kwam met voorstellen, de vrouw piepte dat die niet goed waren. De man raakte gefrustreerder en gefrustreerder, de vrouw kroop steeds verder weg. De man voelde zich slachtoffer van de vrouw, zij had tot de scheiding besloten, hij had het maar te slikken, zijn voorstellen werden telkens afgewezen. De vrouw voelde zich slachtoffer van de man, hij was een bully, normaal overleg met hem was niet mogelijk omdat hij telkens boos werd, haar bezwaren tegen zijn voorstellen werden niet gehoord en nog minder gewaardeerd.

Ingesleten patronen

Het conflictpatroon bleek zo diep ingesleten dat geen enkele interventie leek te helpen. Na de vierde bijeenkomst werden door mij twee caucussen ingelast met als hoofdonderwerp communicatie en conflict. Zowel de man als de vrouw toonden in de caucus geen enkel inzicht in het patroon waar zij zelf in zaten. Tot een analyse ervan waren ze niet in staat, anders dan de conclusie handhaven dat het aan de ander lag. Op de vraag wat ze dan anders zouden kunnen doen om het gedrag van die ander positief te beïnvloeden bleef het bij een hulpeloze, vragende blik.

Een volgende poging om het onderwerp aan te snijden werd onmiddellijk afgewimpeld. De man wilde pas praten over conflictstijl als er stappen waren gezet in het opstellen van een ouderschapsplan (hij had al weer op vijf punten toegegeven, meldde hij boos, de birdnesting-regeling moest anders en wel volgens zijn bijgeleverde eisen, dus waar bleef zij nou met háár bijdrage om er samen uit te komen??).

Reflectie op mijn rol

De vraag die ik mij als mediator stelde was welke rol ik nou eigenlijk had. Het standaardbeeld van de mediator is dat hij partijen helpt er samen uit te komen en dat zij na de mediation zonder conflict de toekomst tegemoet gaan. Dat beeld leek hier niet haalbaar. Maar aangezien partijen wel tot overeenstemming leken te willen komen over de inhoud – ook al kozen ze daarvoor de moeilijkste weg – moest ik de mediation toch voortzetten. Hired until fired. Ik meldde aan hen dat ik een beëindiging door de mediator als mogelijkheid zag, in de hoop dat die waarschuwing zou helpen. Ook daarin had ik mij vergist…

Niet meer neutraal?

In de 14de bijeenkomst stelde de man dat de vrouw zo halsstarrig bleef omdat ik als mediator haar daarin aanmoedigde; ofwel: als het dan al niet helemáál aan haar lag dan lag het dus aan mij.
Ik heb twee dagen daarna in een uiteraard zeer vriendelijk bericht de mediation beëindigd op grond van het argument dat ik mijn neutraliteit niet meer kon garanderen nu die in twijfel was getrokken.
Niet alle mediations eindigen met een succes. Mag de mediator dat jammer vinden? Of is hij alleen al door die gedachte/wens niet meer helemaal neutraal?

 

Geen familie(bedrijf) zonder ruzie!

Een familie zonder conflicten bestaat niet. Net als in ieder huwelijk of in elke samenwerking moet er wel eens iets botsen tussen de verschillende individuen. In de ene familie kan conflict escaleren in flinke ruzie tot zelfs complete oorlog, terwijl in de andere men na een botsing weer terug kan keren naar familiale harmonie. De behoefte aan harmonie is universeel. Die behoefte maakt vaak dat we onze ergernissen of eigen wensen voor de lieve vrede opzijzetten. Dat laatste kan precies de oorzaak zijn van escalatie op een later tijdstip, soms pas tientallen jaren later.

Ruzie in de familie is altijd pijnlijk. Vooral als het conflict eindigt met het verliezen van contact met een of meer familieleden. Eigenlijk komt de ruzie dan dus niet ten einde; ergens blijft het van binnen knagen. Als door een familieruzie ook nog eens het familiebedrijf ten onder gaat is de schade dubbel en dwars. Zo kopte het FD afgelopen week nog “Bonje in familiebedrijven berokkent onherstelbare schade“.

Ik vind het van groot belang om dat te voorkomen en vaak blijkt dat niet eens zo heel moeilijk te zijn. Zoals laatst een pater familias mij meldde: “Ik ben trots op ons; dat ene gesprek heeft al wonderen gedaan voor onze samenwerking!”

Gesprek uit ervaring
Als zakelijk mediator mag ik regelmatig families begeleiden met gedoe in hun familiebedrijf. Het bedrijf is meestal de trots van de familie en als men eenmaal over mijn drempel is, dan is motivatie groot om mee te werken aan de mediation. Het helpt ook dat ik zelf 30 jaar ervaring heb als ondernemer in een familiebedrijf. Er is over en weer herkenning van de typische dynamiek in familiebedrijven en minder gêne om het gesprek te voeren over de familiale conflicten. (NB Natuurlijk verliep de geschiedenis van mijn eigen bedrijf ook niet vlekkeloos; als je er meer over wilt lezen zie mijn artikel in ons jubileum magazine).

Mijn hulp wordt eigenlijk nooit ingeroepen door de oprichters van het familiebedrijf, maar door een lid van de tweede of zelfs derde generatie. Vervolgens lukt het hen om de andere leden van de familie te laten instemmen met een mediation-traject. Hoe slecht de onderlinge sfeer ook is en hoeveel boosheid en verdriet er leeft. Met name de oudere generatie heeft toch altijd het beste voor met de eigen (klein)kinderen.

Het wonder en de vuile was

Hoe komt het dat een mediation-traject binnen een familiebedrijf zo relatief eenvoudig en snel succes brengt? Het ‘wonder’ zit hem denk ik in de onderliggende familieband die altijd blijft bestaan. Die sterke band maakt dat iemand daarbinnen besluit dat hij of zij genoeg heeft van alle ruzies en dat er iets moet gebeuren. En hoewel het geen schande is om hulp van buiten in te roepen, is het ook heel belangrijk om de vuile was niet buiten te hangen. De mediator kan als neutrale derde conflictprofessional in vertrouwelijkheid de gesprekken begeleiden. Alleen al het feit dat familieleden bereid blijken om bij elkaar te gaan zitten met een mediator kan reden zijn om de ergste wrok te laten varen.

Samen aan de slag

Natuurlijk moet de vuile was nog wel gedaan worden! Het is hoognodig om van elkaar te horen over boosheid en verdriet. Wat is er misgegaan, waarover is men teleurgesteld of gekwetst. Meestal zijn deze gesprekken al in geen jaren of zelfs nog nooit gevoerd. Als mediator kan ik met alle respect deze confrontatie afdwingen omdat men het in feite al eens is over het gemeenschappelijke doel: het bereiken van een positieve toekomst voor de hele familie.

Heeft dit wel zin?

Het is heel normaal dat minimaal een paar familieleden of zelfs iedereen twijfelt of dat gemeenschappelijk doel wel haalbaar is. De eerste gezamenlijke mediationbijeenkomst is iedereen vaak vrij gespannen. Alles wat gezegd wordt moet daarna nog even bezinken. Toch volgt er dus meestal vrij snel een kentering, waarbij de familie weer elkaars kracht en kwaliteiten gaat zien. Geweldig mooi om mee te maken! Ze hebben mij al snel niet meer nodig en gaan weer samen aan de slag met alle capaciteiten die er al waren. Waarbij iedereen realistisch genoeg is om te begrijpen dat er heus nog wel eens confrontaties zullen zijn. En dat is juist goed en nodig om een familiebedrijf toekomstbestendig te houden.

Zelfhulp / tips

Wat kun je zelf al doen als het schuurt in het familiebedrijf en je wilt er graag samen uit komen?

– Maak een afspraak om in alle rust bij elkaar te komen.

– Probeer het gesprek op gang te brengen aan de hand van wat voorbereiding.
– Vraag je meewerkende familieleden om ieder voor zich de antwoorden op de volgende vragen op te schrijven.

– Voer het gesprek aan de hand van ieders input.

Vragen ter voorbereiding op het familiegesprek

– Wat betekent onze samenwerking voor jou persoonlijk?

– Waarover maak je je (het meeste) zorgen?

– Wat heb je nodig van de anderen om tot een goede samenwerking te komen?

– Wat heb je zelf te bieden aan de anderen?

– Welke uitdagingen zie je voor jezelf als je goed voor jezelf en je eigen belangen wilt zorgen zonder de anderen te schaden?

 

Wanneer ook de rechter mediation aanraadt

Recentelijk stonden twee zwagers voor de rechter. Zij hadden al jarenlang samen een bedrijf dat vloeren legt en dat zij (zonder verdere rechtsvorm) als zzp’ers runden. De ene zwager deed vooral de administratie. Van de andere zwager, die meer het uitvoerende werk deed, verleende diens schoonzoon ook regelmatig uitvoerende hulp.

Bij de uitvoering van een opdracht ging iets ernstig fout, en de ene zwager eiste een schadevergoeding van circa twee ton van de ander en diens schoonzoon. Bovendien, nu puntje bij paaltje kwam, bleek in de afgelopen jaren de schoonzoon ook een aantal valse facturen te hebben ingediend. Die had de ene zwager altijd in goed vertrouwen uitbetaald – maar nu bleek hij opgelicht.

De rechter kwam enerzijds tot de conclusie dat de vordering onjuist was onderbouwd – eiser was niet de baas van de andere twee, dus dit was geen foutief uitgevoerde opdracht door een werknemer, maar dit was een gedeeld bedrijfsrisico – en anderzijds dat het geschil, onder andere gezien de familieverhoudingen, nou typisch geschikt was om in mediation op te lossen. Altijd mooi wanneer niet alleen ‘wij van wc eend’ maar ook andere conflictprofessionals ons metier aanbevelen.

Eén van de partijen weigerde echter mediation, waarvan vrijwilligheid voorop staat. De rechter kon vervolgens niet anders dan de vordering op formeel juridische gronden afwijzen.

De casus geeft weer aan hoe belangrijk familieverhoudingen zijn; de emotionele lading die deze verhoudingen met zich mee brengen zorgen voor snel oplopende spanningen als het mis gaat. Dan gaan de hakken in het zand en laat men niet meer over zich heen lopen. Op de schaal van Friedrich Glasl schiet de escalatie van het conflict onmiddellijk naar de hoogste regionen.

Uit recent onderzoek kwam al de aanbeveling dat – met name bij familiebedrijven – een familiestatuut een zeer nuttig instrument kan zijn. Dat statuut wordt vooraf opgesteld en regelmatig tegen het licht gehouden en partijen leggen daarin afspraken vast over een heel scala aan onderwerpen, zoals doelstellingen, management, bedrijfsopvolging, maar ook over de behandeling van onverhoopte conflicten. Als die afspraken vooraf zijn gemaakt is het veel makkelijker om die ook daadwerkelijk na te leven als het zover komt.

Een mediationclausule is in ieder geval een goed element in zo’n statuut; mocht het in mediation niet lukken dan kan men altijd nog naar de rechter. Maar, zoals de rechter in deze casus ook aangaf, mediation zal in vele gevallen helpen om de (te) hoog opgelopen gemoederen te bedaren, zodat een voor alle partijen acceptabele oplossing kan worden bereikt.

Lees meer over mediation en het familiebedrijf in dit artikel van Roderic van Voorst tot Voorst uit het Mediation Magazine.

Geen brug bouwen – de kritische deelnemer in mediation

In bijzondere tijden waarin we vooral veel zittend achter een computer aan het werk zijn, is in beweging blijven extra belangrijk. Een rondje wandelen helpt het hoofd leeg maken, en geeft vaak nieuwe inspiratie. Voor een frisse interventie in een bepaalde zaak, of voor een nieuw blog, waarmee we inzicht hopen te geven in de dynamiek van ons werk, zonder de vertrouwelijkheid van het mediation-proces te schenden. Vandaag een stukje over de kritische deelnemer en de brug.

Vlakbij ons kantoor in Amsterdam ligt het W.H. Vliegenbos. Dit stukje natuur is, zo gaat het gerucht, het oudste stadbos van Amsterdam én een unieke verzameling iepen in Europa. Er huist ook een scoutinggroep, en onder het mom ‘natuurbeleving’ of survival skills worden er nogal wat bouwwerken geproduceerd. Zo ook de brug boven dit artikel.

Zou jij daar overheen durven?

In mediation wordt er regelmatig gebouwd aan een spreekwoordelijke brug. Om de ene kloof, of zijde, te verbinden met die er recht tegenover.

Als mediator verwelkomen wij iedere poging om weer te gaan bouwen. Vanuit begrip en luisteren, lukt het vaak om weer te kijken naar constructieve oplossingen.

Soms treffen we een zeer gekrenkte, en daardoor kritische, partij.

Iemand die met zoveel beschermingslagen aan tafel komt, en zo zeker weet dat de ander toch niks goeds van zin is, dat iedere beweging van de ander met groot wantrouwen bejegend wordt.

Dit zaakje stinkt!
Die excuses, die oplossingen, dat aanbod: er deugt niks aan. Vanuit waakzaamheid lijkt het alsof iemand in de weigerstand blijft. Die brug is te wankel, het materiaal is niet betrouwbaar, hij overleeft de eerstvolgende storm niet… Allerlei argumenten die – denken wij – voortkomen uit enorm wantrouwen. Het proces van mogelijke heling gaat te snel. Of, en dat komt ook voor – iemand wil eigenlijk niet meer oplossen, maar wil dat ook niet toegeven omdat daarmee de positie en mogelijk financiële claim van de beschadigde partij misschien ook verloren gaat.

Hoe ga je om met de partij met argusogen? De kritische, armen over elkaar, deze brug is niet goed genoeg, partij?

Iedere mediation is anders. Maar grofweg is er meestal één van onderstaande situaties aan de hand:

– Iemand heeft nog iets anders nodig, om mee te gaan in de beweging – of eigenlijk bouwlust – aan de andere kant. Het excuus of het oprechte commitment naar de toekomst kan (nog) niet worden geloofd, en vraagt meer aandacht, de mediator kan helpen uitpluizen wat er nodig is.

– De sessie is voor die dag klaar, partijen moet een nachtje slapen, en alle ontwikkelingen en opties, plus de bijbehorende emoties, eerst even laten bekoelen en gedachten opnieuw ordenen, in een volgend gesprek kan vanuit een andere emotie naar de concept-brug gekeken worden.

– Iemand wil eigenlijk niet meer verder, maar is er – ondanks de afgesproken geheimhouding – nog niet aan toe om dat hardop uit te spreken naar de ander toe (of komt er bij het bouwen van een brug pas achter). De mediator onderzoekt in een één op één gesprek wat deze persoon nog wél wil, en welke scenario’s voor de toekomst wel een oplossing kunnen vormen voor het beëindigen van het conflict.

Uiteindelijk komt er meestal een oplossing, omdat ieder aan een andere kant van die gapende kloof blijven staan ook geen toekomstperspectief biedt. Dus wordt er een tunnel ontworpen. Of een vlot. Of besluiten mensen dat ze iedereen een andere kant op gaan.

Dat intensieve proces van zoeken, onderzoeken, een stap voorwaarts, en soms een stap achteruit of opzij begeleiden wij heel graag. In de huidige tijden kan dat bruggen bouwen ook met behulp van online video conferencing, ieder vanuit huis.

En tussen de sessies door gaan wij het bos in. Voor inspiratie, zuurstof en nieuwe ideeën.

Rouw en ruzie rond de kist

In maart van dit jaar verscheen er een vermakelijk boekje getiteld “Voorkom ruzie bij de kist”, van Bernard Schols en Heidi Klijsen. Aan de hand van 101 anekdotische voorbeelden wordt aangegeven wat je kunt doen (in een testament, bijvoorbeeld) om ruzies na je dood tussen je erfgenamen te voorkomen.

Wat er mist…

Een belangrijk aspect dat in dit boek onderbelicht blijft is om bij leven al met de erfgenamen rond de tafel te gaan. Dat lijkt wellicht een open deur, maar zo eenvoudig is het niet. Het onderkennen van de eigen sterfelijkheid is één ding, daarover vrijelijk praten een tweede. Dat geldt niet alleen voor de toekomstige erflater, maar ook voor de toekomstige nabestaanden. Het levenseinde is niet alleen een zwaar beladen onderwerp, waar emoties van lijden, verlies en rouw direct mee verbonden zijn. Het verdelen van bezittingen roept ook elementen op van hebzucht, jaloezie, schaamte en berouw. Allemaal zaken die een gesprek ernstig kunnen bemoeilijken. Daarom gaan de meesten dat gesprek maar liever uit de weg. Want ook bij netjes opgevoede mensen zoals u en ik, die dit soort emoties keurig in bedwang hebben, spelen onderhuidse stromingen toch een rol.  Als die uitbarsting er dan eenmaal komt, is deze extra heftig als gevolg van het eerst zo keurig en wellevend ingehouden zijn.

Voorkomen in plaats van het onvermijdelijke afwachten

Toch is er veel voor te zeggen om dat gesprek wel aan te gaan. Dat kan bijvoorbeeld bij een notaris, die meteen een testament kan opstellen. Dan wordt het waarschijnlijk een vrij technische, op erfrecht en activa gerichte bijeenkomst. Dat kan prettig zijn, omdat de onderliggende emoties dan niet hoeven op te spelen. Er kleeft ook een risico aan: de emoties die “veilig” onderliggend blijven kunnen op een later tijdstip, na of rond het overlijden, toch roet in het eten gooien.

Het kan ook anders

Zo’n gesprek kan ook onder begeleiding van een mediator. Die helpt eerst om:

– samen het familiesysteem te analyseren,
– ieders rol daarin te verhelderen,
– de onderliggende emoties te benoemen,
– daaraan erkenning te geven.

Op deze wijze raken de familieleden bevrijd van die elementen die, na het overlijden van de erflater, in zoveel gevallen de oorzaak zijn van ernstige ruzies. Conflicten die mogelijk, soms zelfs opzettelijk, de rest van het leven in stand blijven, familieverbanden die verscheurd raken. Boosheid en frustraties die zelfs ook de generaties daarna, de kleinkinderen van de erflater, nog kunnen beïnvloeden. Dat kan worden voorkomen. Daarvoor biedt een tijdig gepland goed gesprek (of een aantal goede gesprekken) een serieuze oplossing. Een ervaren familiemediator kan u daarbij helpen en kan zo voor u, uw kinderen en uw kleinkinderen van onschatbare waarde zijn.

Familie, een (ver)bond voor het leven

Familie is een waardevol bezit dat gekoesterd mag worden, want je hebt familie voor het leven. Ook dat klinkt als een cliché of als een open deur, maar zo eenvoudig is het niet om dat bezit ongeschonden te houden. Het gaat in ieder geval vaak niet vanzelf.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel interesse in een nadere gedachtenwisseling hierover? Dan kunt u altijd bellen of mailen met Mediation Amsterdam. Wij staan u graag te woord, ook bij complexe familieverhoudingen.