Berichten

Wanneer ook de rechter mediation aanraadt

Recentelijk stonden twee zwagers voor de rechter. Zij hadden al jarenlang samen een bedrijf dat vloeren legt en dat zij (zonder verdere rechtsvorm) als zzp’ers runden. De ene zwager deed vooral de administratie. Van de andere zwager, die meer het uitvoerende werk deed, verleende diens schoonzoon ook regelmatig uitvoerende hulp.

Bij de uitvoering van een opdracht ging iets ernstig fout, en de ene zwager eiste een schadevergoeding van circa twee ton van de ander en diens schoonzoon. Bovendien, nu puntje bij paaltje kwam, bleek in de afgelopen jaren de schoonzoon ook een aantal valse facturen te hebben ingediend. Die had de ene zwager altijd in goed vertrouwen uitbetaald – maar nu bleek hij opgelicht.

De rechter kwam enerzijds tot de conclusie dat de vordering onjuist was onderbouwd – eiser was niet de baas van de andere twee, dus dit was geen foutief uitgevoerde opdracht door een werknemer, maar dit was een gedeeld bedrijfsrisico – en anderzijds dat het geschil, onder andere gezien de familieverhoudingen, nou typisch geschikt was om in mediation op te lossen. Altijd mooi wanneer niet alleen ‘wij van wc eend’ maar ook andere conflictprofessionals ons metier aanbevelen.

Eén van de partijen weigerde echter mediation, waarvan vrijwilligheid voorop staat. De rechter kon vervolgens niet anders dan de vordering op formeel juridische gronden afwijzen.

De casus geeft weer aan hoe belangrijk familieverhoudingen zijn; de emotionele lading die deze verhoudingen met zich mee brengen zorgen voor snel oplopende spanningen als het mis gaat. Dan gaan de hakken in het zand en laat men niet meer over zich heen lopen. Op de schaal van Friedrich Glasl schiet de escalatie van het conflict onmiddellijk naar de hoogste regionen.

Uit recent onderzoek kwam al de aanbeveling dat – met name bij familiebedrijven – een familiestatuut een zeer nuttig instrument kan zijn. Dat statuut wordt vooraf opgesteld en regelmatig tegen het licht gehouden en partijen leggen daarin afspraken vast over een heel scala aan onderwerpen, zoals doelstellingen, management, bedrijfsopvolging, maar ook over de behandeling van onverhoopte conflicten. Als die afspraken vooraf zijn gemaakt is het veel makkelijker om die ook daadwerkelijk na te leven als het zover komt.

Een mediationclausule is in ieder geval een goed element in zo’n statuut; mocht het in mediation niet lukken dan kan men altijd nog naar de rechter. Maar, zoals de rechter in deze casus ook aangaf, mediation zal in vele gevallen helpen om de (te) hoog opgelopen gemoederen te bedaren, zodat een voor alle partijen acceptabele oplossing kan worden bereikt.

Lees meer over mediation en het familiebedrijf in dit artikel van Roderic van Voorst tot Voorst uit het Mediation Magazine.

Faillissement of mediation?

Het gaat slecht met het bedrijf en wat nu – zakelijke mediation of faillissement?

Het zijn op dit moment bepaald geen makkelijke tijden voor ondernemers. Sommige sectoren zijn nog meer de dupe dan andere: de horeca, de reisbranche en culturele ondernemers. Het is zonder meer voor veel ondernemers een uitermate stressvolle tijd. Meerdere onderzoeken tonen aan dat de verwachting is dat het aantal faillissementen sterk zal stijgen. Niet alleen in Nederland, maar in de hele wereld. Zakelijk mediator en voormalig bankier Roderic van Voorst tot Voorst maakte in zijn carrière de afgelopen veertig jaar de nodige economische crises mee. Hij deelt in dit artikel enkele observaties, en zijn visie op de (meer)waarde van gestructureerd overleg voordat het doek van een onderneming definitief valt

De start

Als de schulden zich opstapelen, betalingen niet meer kunnen worden gedaan bij gebrek aan liquide middelen en er geen toekomstperspectief is, kunnen crediteuren, of de ondernemer zelf, een faillissement aanvragen. De rechter besluit dan daartoe, stelt een curator en een rechter-commissaris aan en het doek valt voor de onderneming. Alles wordt geliquideerd. De crediteuren krijgen in de meeste gevallen weinig tot niets van hun vordering betaald. Fiscus, werknemers, leveranciers met eigendomsvoorbehoud en de bank met een hypothecaire lening hebben allemaal een preferente status. Ook de curator krijgt met voorrang zijn salaris uit de boedel betaald.

Als de onderneming in een BV is ondergebracht gaat de BV failliet. In het geval van een zzp’er betreft het vaak een persoonlijk faillissement. Dan gaan ook alle persoonlijke bezittingen onder de hamer. Een ergere nachtmerrie is nauwelijks voorstelbaar, zeker als ook nog eens een huwelijkse gemeenschap van goederen in het faillissement valt.

De rechtbanken bereiden zich op de nieuwe golf faillissementsaanvragen voor, getuige een recent artikel op Rechtspraak.nl:

Het alternatief: crediteurenakkoord

Bij de huidige forse tegenwind kan het goed zijn om met alle betrokken partijen tijdig een zakelijk mediationtraject te starten, om een dergelijk definitief faillissement te voorkomen. Onder vakkundige begeleiding komen de verschillende belangen helder op tafel. Bij voorbeeld:

– de ondernemer heeft het nu weliswaar heel moeilijk door de Corona-maatregelen, maar moet over een jaar of wat weer kunnen opbloeien;
– hij of zij wil op basis van bewezen kwaliteiten door kunnen gaan met deze onderneming;
– de crediteuren zijn bij een faillissement vrijwel zeker het grootste deel van hun vordering kwijt;
– alle partijen verliezen een goede relatie;
– crediteuren willen ook liever een gezonde toekomst voor hun eigen zaak en hebben daar mogelijk wel wat voor over.

In goed overleg zijn er in dit soort situaties veel mogelijkheden om te komen tot een crediteurenakkoord. De partijen komen dan tot overeenstemming over een voor ieder acceptabele vorm van “water bij de wijn”, zonder dat definitief een einde komt aan wat in oorsprong een goede relatie was en in potentie ook weer kan zijn.

Loyaliteit in coronatijd

In deze coronatijd zien we ook wel initiatieven in deze richting – verhuurders die bijvoorbeeld de huur opschorten, totdat de huurder weer omzet maken kan. Geen van beiden is gebaat bij een definitief einde van de zaak, want ook dan komt er geen huur binnen (en nieuwe huurders zijn er voorlopig niet te vinden). Ook in een breder verband dan 1-op-1 zijn afspraken te maken. Eerlijk duurt het langst: crediteuren zullen het waarderen als de ondernemer in zwaar weer tijdig inzet op constructief overleg vanuit de intentie om de kleerscheuren voor alle betrokkenen zo klein mogelijk te houden. Een mediator kan dat gesprek op onpartijdige, efficiënte wijze begeleiden met oog voor relatie, gezamenlijke en individuele belangen.

Soms onvermijdelijk

Laten we helder zijn: een faillissement is niet altijd te voorkomen – en soms is een faillissement ook de enige optie, zeker als duidelijk is dat er echt niets meer te redden valt. De ondernemer (die met niets blijft zitten, behalve dan met de schulden die in het faillissement nog niet zijn voldaan) is dan in ieder geval verlost van de stress van het opruimen, want dat doet de curator voor hem. Die resterende schulden vallen weg als de BV verder niets meer kan of doet. Of, in het geval van een persoonlijk faillissement, pas als dat door middel van schuldsanering wordt geregeld. Kortom, een scenario dat het waard is om zoveel mogelijk te voorkomen.

Eens doorpraten?

Geïnteresseerd in een nader gesprek hierover? Bel gerust met Mediation Amsterdam. Bij ons vindt u door de wol geverfde mediators. Met ervaring als ondernemer en in de financiële wereld begrijpen ze snel waar u mee zit en helpen u bij het vinden van gedegen oplossingen.