Alledaagse vrede in de praktijk
Vrede klinkt vaak groots: wereldvrede, vredesverdragen, stille marsen. Maar vrede begint veel dichterbij. In onze huiskamers, op de werkvloer, in de supermarkt of aan de keukentafel. Kleine, alledaagse vrede ontstaat in hoe wij met elkaar omgaan, vooral wanneer er spanning of verschil van mening is.
Wat context. Momenteel ben ik bij (schoon-)familie in Tbilisi, Georgië. Ik voel hoe de spanningen in de regio, de relatie met buurland Rusland en de relatie tussen de oppositie en (vrije) media en de zittende regering invloed hebben op het toekomstperspectief van veel jongeren. De continue dreiging van conflict levert stilstand, stress, frustratie én onderlinge discussies op. Ook tussen familieleden.
Conflict = negatief?
Je kunt conflict als iets negatiefs framen, maar, conflict hoort bij het leven. Je ontkomt er niet aan: iemand snijdt je af in het verkeer, een collega luistert niet, een familielid heeft een andere mening over de politiek of een maatschappelijk thema. De vraag is niet óf er conflicten komen, maar hoe we omgaan met de frustratie en pijn die we daarbij ervaren. Tijdens een masterclass van Public Mediation (aanrader!) afgelopen maand kregen we als leestip het boek “Everyday Peace, How So-Called Ordinary People Can Disrupt Violent Conflict” van Roger Mac Ginty aanbevolen. Het boek heeft enkele weken levertijd, en is nog onderweg. Zo aan de start van een najaar met verkiezingen en zat zaken waarover mensen met elkaar van mening kunnen verschillen, alvast een paar tips vanuit onze ervaring als mediator.
Want echt waar: met een paar eenvoudige vaardigheden kun je wrijving en oplopende frustratie al ombuigen naar een goed gesprek.
1. Eerst vertragen!
In een conflict reageert ons lijf vaak sneller dan ons hoofd. Je hartslag stijgt, je stem gaat omhoog. Een kleine pauze – een ommetje of zelfs alleen al drie keer rustig ademhalen – geeft ruimte om bewuster te reageren in plaats van automatisch.
2. Echt luisteren
Vaak zijn we in een gesprek al bezig met ons antwoord, terwijl de ander nog praat. Probeer eens te luisteren met de intentie om de ander te begrijpen, niet om direct te overtuigen. Een simpele reactie als “Bedoel je dat…?” of “Kun je me nog wat meer vertellen over hoe jij naar de situatie kijkt?” kan het verschil maken.
3. Is dit jouw strijd en is dit het moment?
Niet elk verschil hoeft uitgevochten te worden. Vraag jezelf: “Is dit over een week nog belangrijk?” Gaat dit over het gedrag van de ander, of ook een beetje over mijn ego? En heb ik de energie en tijd om dit gesprek nu op een goede manier te voeren?
4. Spreek vanuit jezelf
Een verwijt levert meestal een felle reactie terug op. In plaats van “Jij luistert nooit” kun je ook zeggen “Ik voel me niet gehoord als ik mijn zin niet kan afmaken”. Dat verlaagt de kans dat de ander in de verdediging schiet.
5. Zoek naar het gemeenschappelijke
Vaak delen we meer dan we denken. In plaats van te blijven hangen bij waar je het niet over eens bent, kun je zoeken naar een gezamenlijke wens of een uitgangspunt waar je elkaar wel vindt of tenminste begrijpt. Vaak zijn dat de grotere thema’s: rust, duidelijkheid, respect, zorg over de toekomst, het beste willen voor je kinderen. Vanuit dat gemeenschappelijke punt kun je (meestal) meer begrip opbrengen voor de verschillen en zoeken naar (mogelijke) oplossingen die recht doen aan de onderliggende wensen of behoeften.
Oefentijd
Ik heb de komende week nog heerlijk veel gelegenheid om te oefenen met deze vaardigheden; me bewegen in een ander land, met andere culturele gebruiken, schoonfamilie, en een hoop regelwerk met overheidsinstanties doet een beroep op mijn geduld, incasseringsvermogen en flexibiliteit.
Want eerlijk is eerlijk: dat zijn vaardigheden die ook een mediator niet altijd van nature opbrengt als het haar eigen belangen of kinderen betreft.
Op de foto bovenaan dit blog: Het kunstwerk: Dialogue for Peace door Chen Zhen, oorspronkelijk ontworpen voor de VN. Nu te zien in Centre Pompidou te Metz, Frankrijk

